In Keizer Doede manifesteert Gie Bogaert zich als een tovenaar op de millimeter. Het is een puntgave roman over klein kwaad en twijfelachtige schuld, over de macht van gerucht en achterklap. Wanneer de muur van de burgemeesterswoning is beklad, gelooft geen van de dorpsbewoners in de schuld van Doede, een wat vreemde jongen die lijdt aan ‘petit mal’. Maar niemand onderneemt wat. Iedereen zit vast in zijn eigen passiviteit, zijn eigen onmacht en lafheid, zijn eigen enge wereld.

‘Met deze roman bevestigt Bogaert alle goeds dat over hem werd gefluisterd.’
Knack

‘Wie als Bogaert met zulke zuinige zinnen toch een beklemmend verhaal kan brengen over de lasten, lusten en intriges van het leven, mag zich met recht schrijver noemen’
Humo

%d bloggers liken dit: