Frank Volcke is op een punt in zijn leven gekomen waarop hij zou willen dat er iets wonderlijks met hem gebeurt. Dus neemt hij een minnares. Zo heeft hij twee vrouwen, twee dochters en een lamme jongen die Ralf heet en scenario’s bedenkt voor de nietsvermoedenden.

De vrouwen heten An-Marion en Phillie. De ene is een yoghurtvrouw, de andere een wintermoeder. Ze hebben er geen idee van wat ze moeten met de situatie waarin Frank ze heeft gebracht. En ook Frank weet het niet. Maar ze proberen zich te schikken, en zo goed en zo kwaad het kan te leven met de ene zekerheid: dat alles net zo goed helemaal anders had kunnen zijn.

In De liefdeverzamelaar, de vierde roman van Gie Bogaert en de opvolger van Wat we met de liefde doen, worden mensen opgevoerd die op zoek gaan naar een beter leven. Maar in hun vlucht van iets waar ze niet van houden, houden ze evenmin van wat ze kunnen vinden. En dus klampen ze zich vast aan wat ze hebben. Want ze weten: liefde houdt in dat je geen moeilijkheden veroorzaakt. Het houdt in dat je nooit daar komt waarvan je hebt gezegd dat je er nooit zult komen. En het houdt niet in alleen te zijn. Dat nooit.

Het proza van Gie Bogaert blijft fascineren. Gaandeweg raak je in de ban van de expliciete uiteenzettingen over banale belevenissen van personages die op vage, onvervulde verlangens broeden, van de suggestie van een onnoembare emotionaliteit in de minimalistische vertelstijl, van de onwezenlijke sfeer opgeroepen door de nadrukkelijke dialogen.’
Jos Borré in De Morgen

‘De meester van de kleine speelruimte.’
De Standaard der Letteren

‘Bogaert behoudt een meesterlijk evenwicht tussen sympathie en spot.’
Arjan Peters in de Volkskrant

Advertenties
%d bloggers liken dit: